Details
[44] p. : ill.
Besprekingen
Leeswelp
Aadje Piraatje begint met het lied over de kleine piraat die leert zwemmen. Daarna volgen nog vier vrolijke verhalen over het leven op zee. Af en toe lost de bemanning problemen op een wel heel onconventionele manier op. Zo leert Aadje zwemmen terwijl hij aan een haak te water wordt gelaten. De voltallige bemanning van het piratenschip moedigt hem aan: "Intrekken, wijd en sluit, en een rondje met je armen -- dan spuit je vooruit." Wanneer er een haai achter Aadje opduikt, kan hij maar best bewijzen dat de zwemles resultaat heeft geboekt. Het volgende verhaal gaat over de bijzondere kost op een piratenschip. Terwijl alle piraten letterlijk hun vingers zitten af te likken, vindt Aadje de schildpaddensoep eigenlijk maar niks. En opnieuw wordt er een versje gezegd om dat euvel te verhelpen. Deze structuur en opbouw komen in alle verhalen terug; de teksten zijn volledig op rijm gezet en worden regelmatig onderbroken door een zichzelf herhalend versje. In het derde verhaal krijgt Aadje heimwee naar zijn moeder, die op een ver eiland woont. Wanneer hij haar een brief schrijft, krijgt hij alle stoere piraten aan het huilen. Verder zijn er ook nog een vader als huisdier en vuile piraten op een hoopje in het bad.
Marjet Huiberts maakte Aadje Piraatje samen met Sieb Posthuma, met wie ze al eerder Feodoor heeft zeven zussen uitbracht. Aadje Piraatje kon ons helaas net iets minder bekoren. De dwingende rijmstructuur valt haast niet vol te houden en leidt af en toe tot flauwigheden, zoals bij de schildpaddensoep. Eten rijmt op scheten, en dat hadden we geweten.
Op de prenten van Posthuma valt niets aan te merken. Ze zijn vrij sober tegen een volledig witte bladspiegel, en ingekleurd met een beperkt palet en felle accenten in helblauw en rood. De sterkte van de illustraties zit in de evenwichtige opbouw van de taferelen en de bijzonder sprekende mimiek van de personages. Posthuma kreeg onlangs het Gouden Penseel 2009, voor Boven in een groene linde zat een moddervette haan (De Leeswelp 2008, nr. 9, p. 331). [Tine Mortier]
NBD Biblion
Pluizer
Aadje Piraatje is bekend van het vrolijke kinderliedje waarin hij leert zwemmen. In dit boekje staan vijf verhaaltjes met het kleine piratenjongetje in de hoofdrol. In het eerste krijgt hij zwemles, in het volgende gruwelt hij van schildpaddensoep, hij heeft heimwee naar zijn moeder, hij wil een huisdier en in het laatste krijgt hij een wasbeurt en belanden alle piraten mee in bad. Het zijn geestige verhaaltjes op rijm, waarin vader piraat kapitein van het schip is en ook andere stoere piraten een rol spelen. Het rijm is nogal geforceerd en het ritme zit niet altijd goed, wat minder gemakkelijk leest. In elk hoofdstuk zit een soort refrein dat een aantal keer herhaald wordt. De bladvullende illustraties zijn originele, zacht ingekleurde pentekeningen tegen een witte achtergrond. Een aantrekkelijk prentenboek met voor kleuters herkenbare onderwerpen in een speelse setting.